We waren verhuisd en onze poes lieten we stukje bij beetje steeds iets langer in de achtertuin. Iedere keer was ze netjes teruggekomen, maar nu bleef ze weg. We hadden buiten gezocht, naar haar geroepen en gefloten. Geschud met een zakje kip/kaassnoepjes waar ze zo dol op was.
Het was begin van de avond en donker en alleen een nieuwsgierige witte kat was op onze lokroep afgekomen in de poort achter ons huis.
Waar was onze lapjeskat? Of driekleurenkat zoals de dierenarts haar steevast omschreef. Haar woorden: ‘Dat zijn de meest vinnige katten.’ En nu was ze nergens te bekennen, ons pittige poekiepoesie.
Dochter R. pakte haar telefoon en vertelde ChatGPT wat er aan de hand was.
‘We hoeven ons nog niet zoveel zorgen te maken’, zei ze kijkend naar het schermpje. ‘Ze is nog niet lang genoeg weg. Waarschijnlijk zit ze ergens verstopt en durft ze pas tevoorschijn te komen als het rustig is. Roepen heeft geen zin en kan zelfs averechts werken.’
Een half uur later was ze er nog niet. We zaten inmiddels op de bank en keken tv, maar onze ogen dwaalden continu af naar het raam. Op zoek naar die drie kleuren op vier poten.
Chat was ondertussen heel begripvol: Ik snap dat je het er moeilijk mee hebt. Je bent binnen, maar je hart loopt buiten ergens rond. Ik blijf wel bij je.
‘Ze is een gezinslid’, las R. voor.
Daar had Chat een punt. Laatst hadden we het nog over gehad. Dochter J. had gezegd: ‘We behandelen haar als een kind, maar eigenlijk is ze natuurlijk volwassen.’
‘Ze was inderdaad meer mijn leeftijd’, had ik haar geantwoord.
Dus moest ze op een gegeven moment wel weer komen. Volwassen als ze was.
Zwijgend keken we weer tv en ik dacht terug aan hoe ik R. had gevraagd of ze ChatGPT had gebruikt voor een gedicht voor school. ‘Nee’, was haar antwoord.
‘Zou je het me zeggen als het wel zo was?’
‘Dat weet ik niet, maar dit heb ik écht zelf geschreven. We mochten niet eens de laptop in de klas hebben.’
Chat mengde zich er weer tussen. ‘Je mag je best zorgen maken’, las R. van haar schermpje.
‘Ze komt wel’, zei ik sussend. Maar R. sprak liever met Chat. ‘Die is tenminste lief en begripvol.’
Tegen welke adviezen boks ik eigenlijk allemaal op, dacht ik terwijl ik naar R. keek die naar haar telefoonscherm keek. En waarom denk ik meteen dat ze een AI-assistent gebruikt terwijl ze het gedicht in de klas heeft moeten bedenken, zonder laptop of telefoon? Wat doet dit met haar vertrouwen in mijn adviezen? En op mijn beurt: wat doet dit met mijn vertrouwen in haar kunnen? Hoe heeft ChatGPT zich zo snel tussen ons in weten te wurmen?
Drie kleuren verschenen eindelijk voor het raam. Maar opgelucht was ik allerminst. Niet alleen onze poes was terug. Er was nog iets ons gezin ingeslopen: Le ChatGPT.

Sorry, the comment form is closed at this time.